Citaat | Raad van State 18 juli 2007

Alinea 60 Raad van State 18 juli 2007

Een alinea uit Raad van State 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9807.

2.6. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 14 juli 2004 in zaak no. 200400090/1 (AB 2004, 349) kan, waar het gaat om beroepshalve functioneren van ambtenaren, slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat het ten aanzien van zodanig functioneren in beginsel geen beroep kan worden gedaan op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob, maar dat dit anders ligt indien het betreft het openbaarmaken van namen van de ambtenaren. Namen zijn immers persoonsgegevens en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich tegen het openbaarmaken daarvan verzetten. Voorts is van belang dat het hier niet gaat om het opgeven van een naam aan een individuele burger die met een ambtenaar in contact treedt, maar om openbaarmaking van de naam in de zin van de Wob.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb74bd9b21fb3b512cd9a7a8254f460718cc67e4a2e8ca29c91e376163151793. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb74bd9b21fb3b512cd9a7a8254f460718cc67e4a2e8ca29c91e376163151793, en de alinea staat in dat document op bytes 18918 tot 19997.