Citaat | Raad van State 18 juli 2007

Alinea 28 Raad van State 18 juli 2007

Een alinea uit Raad van State 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9831.

2.3.2. Zoals volgt uit de constante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof), geresumeerd in het arrest van het Hof van 14 december 1995 in de gevoegde zaken C-430/93 en C-431/93 ([…]), dwingt het communautaire recht niet tot een andere conclusie. In overweging 17 van dit arrest overwoog het Hof dat bij ontbreken van een desbetreffende gemeenschapsregeling het een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke lidstaat is om de procesregels te geven voor rechtsvorderingen die ertoe strekken, de rechten te beschermen die de justitiabelen aan de rechtstreekse werking van het gemeenschapsrecht ontlenen. Deze regels mogen echter niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke nationale vorderingen gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel), en de uitoefening van de door de communautaire rechtsorde verleende rechten niet nagenoeg onmogelijk of uiterst moeilijk maken (effectiviteitsbeginsel). Van strijd met de hier bedoelde beginselen van gelijkwaardigheid en effectiviteit is in het geval van nationale regels inzake beroepstermijnen en de daarmee samenhangende toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, zoals hier aan de orde, geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b669ec4f047b8e4c67d0d583482fe7e5f06cbf11af5127c483d9897b3a142eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b669ec4f047b8e4c67d0d583482fe7e5f06cbf11af5127c483d9897b3a142eba, en de alinea staat in dat document op bytes 10531 tot 11757.