Citaat | Raad van State 31 oktober 2007
Alinea 34 Raad van State 31 oktober 2007
Een alinea uit Raad van State 31 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB6813.
In de omstandigheid dat appellant door de strafrechter is veroordeeld voor verschillende andere strafbare feiten die de minister ook aan de weigering ten grondslag heeft gelegd, heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel. Daarbij wordt voorop gesteld dat, zoals de minister terecht stelt, de weigering een VOG af te geven een bestuursrechtelijk instrument is dat een preventief doel dient en dat dit, anders dan het vonnis van de strafrechter, niet het opleggen van een sanctie inhoudt. Van een dubbele bestraffing in strijd met artikel 6 EVRM, zoals appellant betoogt, is derhalve geen sprake. Opgemerkt zij in dat verband dat de minister vanuit zijn eigen taak en verantwoordelijkheid, met behulp van zijn eigen instrumentarium, dient te beoordelen of er een risico voor de samenleving bestaat indien iemand het beroep van taxichauffeur wil uitoefenen en dat die taak en verantwoordelijkheid los van die van de strafrechter staan. Tot slot wijst de Afdeling erop dat aan appellant, naast de strafbare feiten waarvoor hij door de strafrechter is veroordeeld, ook andere uit het Justitieel Documentatieregister gebleken strafbare feiten door de minister zijn tegengeworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0cd477df2c6a1eea2767213c56f33481c6c175cf72bd6afff7116dcecef6f19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0cd477df2c6a1eea2767213c56f33481c6c175cf72bd6afff7116dcecef6f19, en de alinea staat in dat document op bytes 12286 tot 13508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0cd477df2c6a1eea2767213c56f33481c6c175cf72bd6afff7116dcecef6f19 | shasum -a 256