Citaat | Raad van State 6 maart 2008
Alinea 23 Raad van State 6 maart 2008
Een alinea uit Raad van State 6 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7124.
2.1.2. Uit de jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 20 april 2007 in zaak nr. 200700590/1; www.raadvanstate.nl) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit materieel een gelijkluidend besluit wordt genomen, voorshands moet worden aangenomen dat het in die uitspraak uiteengezette beoordelingskader in de weg staat aan een rechterlijke toetsing van dat besluit, als ware het een eerste afwijzing. Slechts indien en voor zover door de desbetreffende vreemdeling in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus door hem aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een voor hem relevante wijziging van het recht voordoet, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen, door de bestuursrechter worden getoetst. Dit is slechts anders, indien zich bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden als bedoeld in overweging 45 van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998 in zaak nr. 145/1996/764/965, Bahaddar tegen Nederland (JV 1998/45) voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864, en de alinea staat in dat document op bytes 10160 tot 11322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864 | shasum -a 256