Citaat | Raad van State 6 maart 2008

Alinea 25 Raad van State 6 maart 2008

Een alinea uit Raad van State 6 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7124.

2.1.4. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat de minister in het besluit van 20 maart 2003 te kennen heeft gegeven geen gevolg te zullen geven aan de rechtsgevolgen, die op de voet van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, uit de afwijzing van de aanvraag voortvloeien, terwijl hij in het besluit van 23 juni 2006 heeft geconcludeerd dat niet aannemelijk is gemaakt dat de vreemdeling in haar land van herkomst een reëel risico loopt het slachtoffer te worden van een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) en daaraan het rechtsgevolg heeft verbonden dat zij naar haar land van herkomst kan worden uitgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864, en de alinea staat in dat document op bytes 12157 tot 12927.