Citaat | Raad van State 6 maart 2008

Alinea 29 Raad van State 6 maart 2008

Een alinea uit Raad van State 6 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7124.

2.2.1. Gegeven het eerdere, in rechte onaantastbare besluit van 20 maart 2003 moet ervan worden uitgegaan dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op de vreemdeling van toepassing is. De door de vreemdeling aan haar herhaalde aanvraag van 10 oktober 2004 ten grondslag gelegde verklaring van het Landelijk Parket van 1 december 2003, waarin is vermeld dat tegen de vreemdeling geen strafvervolging in verband met artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag zal worden aangevangen, brengt daarin geen verandering. De minister heeft reeds bij voormeld besluit van 20 maart 2003 betrokken dat zich ten aanzien van de vreemdeling geen strafrechtelijke procedure voordoet. Bovendien wordt, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 27 juni 2005 in zaak nr. 200410057/1 (JV 2005/375), de vraag of een dossier voldoende aanknopingspunten bevat om de desbetreffende vreemdeling in strafrechtelijke zin als verdachte aan te merken, niet beantwoord aan de hand van dezelfde criteria als de vraag of de inhoud van dat dossier, bezien in samenhang met hetgeen overigens over het land van herkomst bekend is, de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van ‘personal and knowing participation’ als bedoeld in paragraaf C1/5.13.3.3 (thans paragraaf C4/3.11.3) van de Vreemdelingencirculaire 2000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdfbf24899522053e266a658bf2ea6d9e4d358ac354da3a8d1152ec88de01864, en de alinea staat in dat document op bytes 15525 tot 16843.