Citaat | Raad van State 28 mei 2008

Alinea 183 Raad van State 28 mei 2008

Een alinea uit Raad van State 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2641.

2.8.2. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 11 van de WRO blijkt dat in het belang van de flexibiliteit welbewust de mogelijkheid is geboden om bij bestemmingsplannen globale bestemmingen toe te kennen, die op een later tijdstip meer gedetailleerd moeten worden uitgewerkt. Hieraan zijn uit het oogpunt van rechtszekerheid evenwel begrenzingen gesteld. Zo verplicht artikel 11, eerste lid, van de WRO ertoe dat in het bestemmingsplan regels worden gesteld volgens welke de uitwerking moet plaatsvinden. Voorts stelt artikel 13, tweede lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 de eis dat in het bestemmingsplan op zodanige wijze de doelstellingen voor het uit te werken plan worden aangegeven, dat voldoende inzicht wordt verkregen in de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling van dat plangebied. Het belang van de rechtszekerheid strekt echter niet zover, dat voor elk afzonderlijk deel van dit plangebied op voorhand duidelijk moet zijn over welke bouw- en gebruiksmogelijkheden kan worden beschikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fb75213d927c86c67ec407f812e797de5974251d9bcdfc413392c0a7c13201. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fb75213d927c86c67ec407f812e797de5974251d9bcdfc413392c0a7c13201, en de alinea staat in dat document op bytes 91333 tot 92380.