Citaat | Raad van State 5 augustus 2009

Alinea 27 Raad van State 5 augustus 2009

Een alinea uit Raad van State 5 augustus 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ4607.

2.3. In de derde grief klaagt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het verzoek tot vergoeding van immateriële schade als gevolg van de duur van de verblijfsrechtelijke procedure niet op artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) kan worden gebaseerd, omdat deze procedure, gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onder meer het arrest van 5 oktober 2000, Maaouia tegen Frankrijk, nr. 39652/98, AB 2001, 80), buiten het bereik van deze verdragsbepaling valt. Daartoe verwijst hij naar de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2008 in zaak nr. 200704652/1 , AB 2009, 70.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74db349a8d60bb7112cd0b36fa7271d3e0cf2128fe7d1162750b8fb5105cea61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74db349a8d60bb7112cd0b36fa7271d3e0cf2128fe7d1162750b8fb5105cea61, en de alinea staat in dat document op bytes 9343 tot 10240.