Citaat | Raad van State 5 augustus 2009
Alinea 38 Raad van State 5 augustus 2009
Een alinea uit Raad van State 5 augustus 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ4607.
2.6.4. Sinds de ontvangst door de minister op 15 januari 2004 van het door [appellant] tegen het besluit van 11 december 2003 ingediende bezwaarschrift tot de datum van de tweede uitspraak van de rechtbank van 27 januari 2009 heeft de totale duur van de procedure vijf jaar en twaalf dagen bedragen, zodat in zoverre sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling acht echter van belang dat [appellant] bij het besluit van 6 november 2008 met terugwerkende kracht tot 29 juli 2003 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Door dat besluit is op dat moment aan de spanning en frustratie opleverende onzekerheid over zijn verblijfsrechtelijke status een definitief einde gekomen, zodat die onzekerheid in totaal minder dan vijf jaar heeft geduurd. Onder deze omstandigheden en in aanmerking genomen dat voortzetting van de procedure bij de rechtbank na het besluit van 6 november 2008 alleen de vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn betrof, heeft de rechtbank terecht, zij het op onjuiste gronden, overwogen dat voor een vergoeding van immateriële schade wegens schending van artikel 6, eerste lid, van het EVRM geen aanleiding bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74db349a8d60bb7112cd0b36fa7271d3e0cf2128fe7d1162750b8fb5105cea61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74db349a8d60bb7112cd0b36fa7271d3e0cf2128fe7d1162750b8fb5105cea61, en de alinea staat in dat document op bytes 15114 tot 16346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74db349a8d60bb7112cd0b36fa7271d3e0cf2128fe7d1162750b8fb5105cea61 | shasum -a 256