Citaat | Raad van State 5 januari 2010
Alinea 35 Raad van State 5 januari 2010
Een alinea uit Raad van State 5 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9629.
2.1.8. In voormeld arrest van 20 januari 2009 heeft het EHRM geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Irak en in Bagdad niet zodanig is dat er substantiële gronden zijn om aan te nemen dat burgers die naar dit land worden teruggestuurd louter vanwege hun aanwezigheid aldaar een reëel risico lopen op schending van artikel 3 van het EVRM. Uit het door de vreemdeling overgelegde rapport van de UNHCR blijkt niet dat sindsdien een zodanige verslechtering van de veiligheidssituatie in de provincie Bagdad heeft plaatsgevonden dat ten aanzien van de situatie in die provincie ten tijde van de totstandkoming van voormeld besluit van 17 februari 2009 tot een ander oordeel zou moeten worden gekomen. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de staatssecretaris terecht heeft gesteld dat uit de overgelegde informatie niet kan worden afgeleid dat de mate van het willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict op dat moment in Irak in het algemeen, en in Bagdad in het bijzonder, dermate hoog was dat zwaarwegende gronden bestonden om aan te nemen dat de vreemdeling, louter door haar aanwezigheid aldaar, een reëel risico loopt op ernstige en individuele bedreiging van haar leven of persoon. De grief faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de32ef02640eb9209724b61ee628957c75fc3edb9f39a4bc17b2fa1cdf20ad2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de32ef02640eb9209724b61ee628957c75fc3edb9f39a4bc17b2fa1cdf20ad2e, en de alinea staat in dat document op bytes 16794 tot 18044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de32ef02640eb9209724b61ee628957c75fc3edb9f39a4bc17b2fa1cdf20ad2e | shasum -a 256