Citaat | Raad van State 24 februari 2010

Alinea 116 Raad van State 24 februari 2010

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL5398.

2.11. Bij het bepalen van de grenzen van extensiverings-, verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden in de reconstructieplannen hebben provinciale staten de aan het Streekplan 2002 (hierna: het streekplan) ten grondslag liggende zogenoemde (drie) lagenbenadering gevolgd. De onderste laag wordt daarbij gevormd door de geomorfologie, het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De middelste laag wordt gevormd door de infrastructuur en de bovenste laag door het ruimtegebruik ten behoeve van onder meer de landbouw. De ligging van (nieuwe) intensieve veehouderijen is integraal afgewogen tegen de belangen die zijn gemoeid met de bescherming van de waarden en functies uit de onderste lagen. Daarbij is gebruik gemaakt van feitelijke gegevens die voor de opstelling van het streekplan zijn benut. Deze gegevens zijn verwerkt op bij de reconstructieplannen gevoegde kaarten. Op de kaarten 7 en 15a van de reconstructieplannen zijn bijvoorbeeld de kwetsbare A- en B-gebieden respectievelijk de Ecologische Hoofdstructuur (hierna: EHS) weergegeven. Voorts hebben provinciale staten de hierna vermelde uitgangspunten gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dca1fd06e47246fca796504f4ead3981bc1d0d08b9595d2a6633d41d2eb451d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dca1fd06e47246fca796504f4ead3981bc1d0d08b9595d2a6633d41d2eb451d7, en de alinea staat in dat document op bytes 36185 tot 37392.