Citaat | Raad van State 7 april 2010
Alinea 52 Raad van State 7 april 2010
Een alinea uit Raad van State 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0213.
De vraag of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van appellant gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van appellant, zoals ook uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) naar voren komt (onder meer het arrest van 27 juni 2000 inzake Frydlender tegen Frankrijk, zaak nr. 30979/96, AB 2001, 86 en het arrest van 29 maart 2006 inzake Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, JB 2006, 134).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3771efa68d7b409e1bd6d8185f95c2e908e294be3794e164b62484096b994c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3771efa68d7b409e1bd6d8185f95c2e908e294be3794e164b62484096b994c, en de alinea staat in dat document op bytes 21395 tot 22166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa3771efa68d7b409e1bd6d8185f95c2e908e294be3794e164b62484096b994c | shasum -a 256