Citaat | Raad van State 7 april 2010

Alinea 59 Raad van State 7 april 2010

Een alinea uit Raad van State 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0213.

2.7.2. De omstandigheid dat [appellant sub 1] bij besluit van 6 april 2006 met terugwerkende kracht tot 24 januari 2001 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning, betekent dat in ieder geval vanaf dat moment aan de spanning en frustratie opleverende onzekerheid over zijn verblijfsrechtelijke positie een definitief einde is gekomen. Anders dan de staatssecretaris kennelijk betoogt, is [appellant sub 1] niet reeds daarom toereikend gecompenseerd voor overschrijding van de redelijke termijn, nu er geen objectieve gronden zijn voor het oordeel dat de verblijfsvergunning is verleend als compensatie voor tijdsverloop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3771efa68d7b409e1bd6d8185f95c2e908e294be3794e164b62484096b994c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3771efa68d7b409e1bd6d8185f95c2e908e294be3794e164b62484096b994c, en de alinea staat in dat document op bytes 24615 tot 25257.