Citaat | Raad van State 22 december 2010

Alinea 28 Raad van State 22 december 2010

Een alinea uit Raad van State 22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8278.

2.4. [appellant] betoogt tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen, dat de raad de aan hem verstrekte toevoeging met terugwerkende kracht mocht intrekken. Aangezien niet in geschil is dat [appellant] als resultaat van de echtscheiding een vordering heeft op zijn ex-echtgenote van ten minste 50% van het heffingvrij vermogen, was de raad gehouden om met toepassing van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb de toevoeging van 14 juni 2006 met terugwerkende kracht in te trekken, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. Uit het hiervoor onder 2.2. weergegeven beleid, volgt dat de raad de omstandigheid dat de rechtszoekende de opbrengst van de procedure wil gebruiken voor een andere bestemming, niet aanmerkt als een zwaarwegende omstandigheid. De rechtbank heeft dit beleid terecht niet onredelijk geacht. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de raad de door [appellant] aangevoerde omstandigheden terecht niet heeft aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden in de zin van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5320fa21ccd7f7825f72061de20fd4e869bef23d155aa42da96917a12e61b021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5320fa21ccd7f7825f72061de20fd4e869bef23d155aa42da96917a12e61b021, en de alinea staat in dat document op bytes 8723 tot 9831.