Citaat | Raad van State 12 januari 2011
Alinea 33 Raad van State 12 januari 2011
Een alinea uit Raad van State 12 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP0522.
2.6. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat het college wist van zijn lichamelijke problemen en desondanks niet heeft gewezen op de mogelijkheid om een ontheffing te krijgen. Het schorsen van de vergunning moet worden aangemerkt als een "criminal charge" als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, aldus [appellant]. Om die reden had de rechtbank het besluit van 5 februari 2009 volgens hem vol moeten toetsen en heeft de rechtbank miskend dat de schorsing van zijn vergunning voor twee dagen disproportioneel is. De rechtbank heeft verder volgens hem miskend dat het college niet heeft gemotiveerd waarom het zijn vergunning niet eerst voorwaardelijk dan wel voor één dag heeft geschorst. Voorts heeft de rechtbank miskend dat het college ten onrechte zijn vergunning heeft geschorst nu andere marktkoopmannen eveneens de markt eerder hebben verlaten terwijl hun vergunning niet is geschorst, in tegenstelling tot die van hem.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5ba736c9e31204ab166fccfc56601168ff01a5f81ef1f311177f34573b4164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5ba736c9e31204ab166fccfc56601168ff01a5f81ef1f311177f34573b4164, en de alinea staat in dat document op bytes 9505 tot 10479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df5ba736c9e31204ab166fccfc56601168ff01a5f81ef1f311177f34573b4164 | shasum -a 256