Citaat | Raad van State 19 januari 2011
Alinea 32 Raad van State 19 januari 2011
Een alinea uit Raad van State 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1353.
2.3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraken van 5 april 2006 in zaak nr. 200505679/1 en van 22 juli 2009 in zaak nr. 200807914/1 ), is van discriminatie als bedoeld in artikel 26 van het IVBPR geen sprake als er voor het maken van onderscheid in het licht van de doelen van de van toepassing zijnde regeling redelijke en objectieve gronden bestaan. Op 1 juli 1998 is de Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten (Stb. 1998, 203 en 204, hierna: de Koppelingswet) in werking getreden. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Koppelingswet (Kamerstukken II, 1994/95, 24 233, nr. 3, blz. 1 en 2) strekt het in deze wet neergelegde koppelingsbeginsel ertoe het recht op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen ten laste van de collectieve middelen, te koppelen aan rechtmatig verblijf in Nederland. Doel van het koppelingsbeginsel is te voorkomen dat illegale vreemdelingen, door de ontvangst van uitkeringen en verstrekkingen in staat worden gesteld tot voortzetting van hun wederrechtelijk verblijf of het verwerven van een schijn van volkomen legaliteit. In de Awir heeft het koppelingsbeginsel een nadere uitwerking gekregen in artikel 9, tweede lid, waarin is neergelegd dat de verblijfstatus van de partner bepalend is voor de aanspraak op toeslag. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is de strekking van genoemde bepaling dat de zonder verblijfstitel in Nederland verblijvende partner niet (in)direct profijt dient te hebben van de tegemoetkoming die aan [appellante] is verstrekt. Aangezien de partner van [appellante] sinds 5 november 2003 geen rechtmatig verblijf in Nederland hield, had [appellante] in 2006 ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Awir, geen aanspraak op huur- en zorgtoeslagen. Dat zijzelf de Nederlandse nationaliteit heeft, doet daar, gezien de duidelijke tekst van artikel 9, tweede lid, van de Awir, de strekking van het daarin uitgewerkte koppelingsbeginsel en de eerdergenoemde geschiedenis van de totstandkoming van de Koppelingswet niet aan af. Het onderscheid tussen een huurder of zorgverzekerde met een Nederlandse of rechtmatig in Nederland verblijvende partner en een huurder of zorgverzekerde met een niet-Nederlandse partner zonder geldige verblijfsstatus berust, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over het doel van de Koppelingswet, op redelijke en objectieve gronden en levert geen discriminatie op als bedoeld in artikel 26 van het IVBPR. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het in de Awir neergelegde onderscheid geen discriminatie in de zin van voornoemde verdragsbepaling oplevert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0f8927f7ef25b5b05002b0c6925e1606b8772aa19c4b12cbc6e87290a38d7c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0f8927f7ef25b5b05002b0c6925e1606b8772aa19c4b12cbc6e87290a38d7c3, en de alinea staat in dat document op bytes 9499 tot 12277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0f8927f7ef25b5b05002b0c6925e1606b8772aa19c4b12cbc6e87290a38d7c3 | shasum -a 256