Citaat | Raad van State 2 februari 2011

Alinea 32 Raad van State 2 februari 2011

Een alinea uit Raad van State 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2749.

2.3.3. Gelet op de verslagen van de bezoeken aan de recreatiewoning, die tijdens alle controles - ook gedurende de minder voor recreatie aantrekkelijke wintermaanden - een bewoonde indruk maakte, en in aanmerking genomen dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 7 oktober 2009, in zaak nr. 200901851/1/H1 ), het feit dat betrokkenen blijkens de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven op een ander adres dan dat van de recreatiewoning en op het adres waar zij staan ingeschreven niet over zelfstandige woonruimte beschikken, een aanwijzing is dat zij hun recreatiewoning als hoofdverblijf gebruiken, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat het college voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die het vermoeden rechtvaardigen dat [appellanten] ten tijde van belang hoofdverblijf hadden in de recreatiewoning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e834badd7a31b85941496a8316396d06e0bf8da23d7031fc40ca23dbcbbc6fc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e834badd7a31b85941496a8316396d06e0bf8da23d7031fc40ca23dbcbbc6fc5, en de alinea staat in dat document op bytes 11476 tot 12529.