Citaat | Raad van State 2 februari 2011
Alinea 42 Raad van State 2 februari 2011
Een alinea uit Raad van State 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2808.
2.8.2. Het college heeft bij de vaststelling van de parkeerbehoefte aansluiting gezocht bij de "ASVV 2004 - Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom" van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, waarin wordt uitgegaan van minimaal 0,3 parkeerplaats per aanleunwoning in zeer stedelijk gebied. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat zich op aanvaardbare loopafstand diverse buslijnen en een treinstation bevinden. Onder deze omstandigheden, heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat het college in redelijkheid mocht uitgaan van de minimumnorm van 0,3 parkeerplaats per aanleunwoning, hetgeen meebrengt dat voor het bouwplan 5 parkeerplaatsen nodig zijn. Dat het bouwplan niet is gelegen in een zone als bedoeld in artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening, die door de gemeenteraad is aangewezen als zijnde een gebied dat per openbaar vervoer uitstekend of goed bereikbaar is, doet aan het voorgaande, anders dan [appellant] en anderen betogen, niet af. Het dagelijks bestuur is bij zijn beoordeling terecht uitgegaan van de feitelijke situatie ter plaatse. Vast staat dat het te realiseren bouwplan niet in voldoende parkeerplaatsen voorziet. Uit het SPvE volgt evenwel dat de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan op een gemiddelde dag in de week over 24 uur niet meer dan 80% bedraagt en dat zich in de directe omgeving van het bouwplan 50 parkeerplaatsen langs de openbare weg bevinden. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de parkeerdruk dusdanig is dat de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisatie van het bouwplan in de omgeving kan worden opgevangen. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het dagelijks bestuur zich in zijn besluit op bezwaar van 16 december 2008 terecht op het standpunt heeft gesteld dat op andere wijze in de parkeerruimte wordt voorzien als bedoeld in artikel 2.5.30, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Bouwverordening. De enkele stelling van [appellant] en anderen dat de toelichting op deze bepaling onduidelijk is, doet, wat hier verder ook van zij, aan het vorenstaande niet af. De rechtbank heeft in de bewoordingen van het artikel terecht geen aanknopingspunten gevonden voor de door hen voorgestane uitleg hiervan. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat zij in de huidige situatie al parkeerproblemen ondervinden, wordt overwogen dat zij niet aan de hand van concrete gegevens aannemelijk hebben gemaakt dat zich in de huidige situatie reeds een tekort aan parkeerplaatsen voordoet. Gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het dagelijks bestuur ten behoeve van het te realiseren bouwplan in redelijkheid krachtens artikel 2.5.30, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Bouwverordening ontheffing heeft kunnen verlenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db72b6993017fd9d044a2ec0d03b3249f195fdea310603e3106f6fbd32ef3857. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db72b6993017fd9d044a2ec0d03b3249f195fdea310603e3106f6fbd32ef3857, en de alinea staat in dat document op bytes 20235 tot 23113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db72b6993017fd9d044a2ec0d03b3249f195fdea310603e3106f6fbd32ef3857 | shasum -a 256