Citaat | Raad van State 9 februari 2011
Alinea 28 Raad van State 9 februari 2011
Een alinea uit Raad van State 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3671.
2.5.2. Voor zover [appellant] en anderen hebben verzocht om vergoeding van schade die zij stellen te lijden als gevolg van de wijziging van de bestemming van hun eigen perceel, moet worden beoordeeld in hoeverre de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden op dat perceel in voor hen negatieve zin zijn veranderd. Daarbij moet een vergelijking worden gemaakt tussen hetgeen op dat perceel maximaal kon worden gerealiseerd onder het oude regime en hetgeen daar na de planologische wijziging maximaal kan worden gerealiseerd. Onder het oude bestemmingsplan was het perceel voor het grootste deel bestemd als "tuin" en voor een klein deel als "achtertuin". Op het perceel was verder een bouwvlak ingetekend met een oppervlakte van, naar tussen partijen niet in geschil is, 56,25 m2. Op 6 januari 1994 is aan [appellant A] een vergunning verleend voor de bouw van een woning met een oppervlakte van 135 m2 en een garage met een oppervlakte van 80 m2 op het perceel. Ook is daarbij een aangebouwd bijgebouw met een oppervlakte van 41 m2 vergund. Tussen partijen is niet in geschil dat het vergunde meer is dan onder het oude bestemmingsplan op het perceel was voorzien en dat de vergunde bebouwing niet op de in de bouwvergunning aangegeven plaats, doch geheel buiten het op de plankaart ingetekende bouwvlak, is gerealiseerd. Niettemin moet het vergunde geacht worden rechtmatig aanwezig te zijn en als zodanig onderdeel uit te maken van het oude planologische regime. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat in het kader van de toetsing van de bouwaanvraag aan het bestemmingsplan is overwogen dat, hoewel geen vrijstelling mogelijk is, het college toch medewerking verleent aan het bouwplan en dat de vergunning in rechte onaantastbaar is geworden. Voorts is van belang dat, naar het college ter zitting bij de Afdeling heeft erkend, bij het uitpalen van de vergunde bouwwerken een medewerker van de gemeente aanwezig is geweest, dat niet is gesteld of gebleken dat deze medewerker tegen de uitpaling bezwaar heeft gemaakt en dat nimmer handhavend is opgetreden tegen de op het perceel gerealiseerde bouwwerken. Voorts is niet gebleken dat anderszins in afwijking van de bouwvergunning is gebouwd. Het vorenstaande betekent dat in het door Maandag aan haar advies mede ten grondslag gelegde taxatierapport van Rozeboom Makelaardij o.g. Assurantiën van 17 oktober 2008 ten onrechte geen rekening is gehouden met de mogelijkheid de bebouwing te realiseren zoals die zich thans op het perceel bevindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b749eec23329c1ee6fda281a97b7c3e596c9d4056993e1cb70af3512d820b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b749eec23329c1ee6fda281a97b7c3e596c9d4056993e1cb70af3512d820b5, en de alinea staat in dat document op bytes 11679 tot 14190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41b749eec23329c1ee6fda281a97b7c3e596c9d4056993e1cb70af3512d820b5 | shasum -a 256