Citaat | Raad van State 16 februari 2011

Alinea 32 Raad van State 16 februari 2011

Een alinea uit Raad van State 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4706.

De minister betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, zo al sprake zou zijn van benadeling, hij niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het publieke belang van openbaarmaking daartegen niet opweegt. Volgens de minister heeft de rechtbank, door te overwegen dat openbaarmaking van de namen er aan kan bijdragen dat overtredingen in de toekomst worden voorkomen, het belang als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob ten onrechte niet afgewogen tegen het publieke belang bij openbaarmaking, maar tegen het specifieke belang dat de stichting daarbij heeft. Volgens de minister heeft de rechtbank in dit verband miskend dat het openbaar maken van de namen geen meerwaarde heeft voor inzicht in een goede en democratische bestuursvoering, nu het in geanonimiseerde vorm openbaar zijn van de verzochte informatie reeds voldoende inzicht biedt in de bestuursvoering van de overheid op dit punt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb798232a6473edc0f8e44f5fb3717ccc8c597ceb2b93008525c125b2b026488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb798232a6473edc0f8e44f5fb3717ccc8c597ceb2b93008525c125b2b026488, en de alinea staat in dat document op bytes 10611 tot 11559.