Citaat | Raad van State 16 februari 2011

Alinea 35 Raad van State 16 februari 2011

Een alinea uit Raad van State 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4732.

2.5.2. Artikel 11.1 van de verordening bepaalt dat in een bestemmingsplan regels moeten worden gesteld ter voorkoming van zelfstandige bewoning van - onder meer - bedrijfsgebouwen. Volgens de toelichting strekt deze bepaling ertoe te voorkomen dat in bijvoorbeeld agrarische bedrijfsgebouwen zelfstandige woningen ontstaan die als afzonderlijke wooneenheden op de markt aangeboden kunnen worden en moet dan ook als voorwaarde worden gesteld dat geen zelfstandige wooneenheden mogen worden gerealiseerd. De verordening dwingt er, anders dan waarvan het college is uitgegaan, niet toe dat in de ook door het college erkende uitzonderingssituaties, waarin een tijdelijke arbeidsbehoefte van meer dan zes maanden bestaat, in de regels aan de huisvesting in een agrarisch bedrijfsgebouw de beperking wordt gesteld dat een individuele tijdelijke arbeidskracht nooit langer dan zes maanden in het betrokken gebouw mag verblijven. Gelet hierop heeft het college niet aan het bestreden besluit ten grondslag kunnen leggen dat artikel 3.3 niet voorziet in een bepaling als voorgeschreven in de verordening, die de periode gedurende welke een individuele tijdelijke werknemer op het bedrijf gehuisvest mag worden, beperkt tot zes maanden. In zoverre slaagt het betoog van ZLTO. Dit vormt echter geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit. Immers, het college heeft met juistheid gesteld dat artikel 3.3 van de planregels niet voorziet in regels die voorkomen dat in de (agrarische) bedrijfsgebouwen van het bedrijf waar de tijdelijke werknemers van het bedrijf gehuisvest worden, zelfstandige wooneenheden worden ingericht. Nu niet is uitgesloten dat inwerkingtreding van artikel 3.3 van de planregels, in afwijking van de in voorbereiding zijnde verordening en het provinciale beleid, tot gevolg zou hebben dat zelfstandige wooneenheden in (agrarische) bedrijfsgebouwen zouden worden gerealiseerd, heeft het college hierom, gelet op artikel 3.8, zesde lid, gelezen in samenhang met artikel 4.2, eerste lid, van de Wro, in redelijkheid van de noodzaak van het geven van een reactieve aanwijzing kunnen uitgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1395bc86717d1bdbaa87bdc84a850bf7e555c399aa39fdd28d92c7f2f1f1998d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1395bc86717d1bdbaa87bdc84a850bf7e555c399aa39fdd28d92c7f2f1f1998d, en de alinea staat in dat document op bytes 19777 tot 21901.