Citaat | Raad van State 23 februari 2011
Alinea 42 Raad van State 23 februari 2011
Een alinea uit Raad van State 23 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP5479.
Voor zover [appellant A] zich beroept op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de lezing van 7 december 2000 (PB 2000, C 364/01), faalt het evenzeer. In het arrest van 27 juni 2006, C-540/03, Europees Parlement tegen Raad van de Europese Unie, punt 38, (www.curia.europa.eu) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen overwogen dat voormeld Handvest in de lezing van 7 december 2000 geen bindend rechtsinstrument is en dat het hoofddoel van dat Handvest, zoals blijkt uit de preambule ervan, bestaat in de bevestiging van "de rechten die met name voortvloeien uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities en internationale verplichtingen van de lidstaten, uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en de communautaire verdragen, uit het […] [EVRM], uit de door de Gemeenschap en de Raad van Europa aangenomen sociale handvesten, alsook uit de jurisprudentie van het Hof […] en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens." Hieruit volgt dat uit voormeld Handvest in de lezing van 7 december 2000 geen additionele rechten voortvloeien, waarop een zelfstandig beroep kan worden gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc1e91ec1437485335b74043e0ecfc9201f15326a142feced2be56ee465d5f95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc1e91ec1437485335b74043e0ecfc9201f15326a142feced2be56ee465d5f95, en de alinea staat in dat document op bytes 19327 tot 20476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc1e91ec1437485335b74043e0ecfc9201f15326a142feced2be56ee465d5f95 | shasum -a 256