Citaat | Raad van State 23 maart 2011

Alinea 30 Raad van State 23 maart 2011

Een alinea uit Raad van State 23 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8750.

2.4.1. Ter zitting van de Afdeling is komen vast te staan dat ten tijde van het besluit van 24 april 2009 noch [appellant] noch zijn minderjarige zoon in de woning woonde, nu [appellant] in voorlopige hechtenis zat en in een penitentiaire inrichting verbleef en de zoon bij familie in Zuidwolde was ondergebracht. Voorts staat vast dat [appellant] ten tijde van het besluit van 23 juni 2009 nog immer in de penitentiaire inrichting verbleef en de zoon bij familie in Zuidwolde en zij ook na dit besluit en na afloop van de sluiting niet meer naar de woning zijn teruggekeerd met het doel deze te bewonen. Derhalve is de woning reeds vòòr 24 april 2009 en nadien uit andere oorzaak dan het in het besluit van 24 april 2009 vervatte bevel niet meer door [appellant] en zijn zoon bewoond. Gelet op het voorgaande betoogt [appellant] tevergeefs dat de burgemeester met het besluit van 24 april 2009 een inbreuk heeft gemaakt op zijn recht op respect voor zijn woning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Aan de vraag of is voldaan aan het gestelde in het tweede lid van artikel 8 van het EVRM wordt daarom niet meer toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb53c5db88153c0dcfdb042c0fc620bf98cfc11c391bac8cc30027d223e40fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb53c5db88153c0dcfdb042c0fc620bf98cfc11c391bac8cc30027d223e40fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 10501 tot 11654.