Citaat | Raad van State 20 april 2011
Alinea 62 Raad van State 20 april 2011
Een alinea uit Raad van State 20 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1887.
2.7. [appellant] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de feitelijke situatie in de woning, zoals die is verwoord in het verslag van de controle op 6 juli 2009, niet door hem is betwist en dat het college op grond van deze situatie terecht heeft geconcludeerd dat de woning onzelfstandig werd bewoond. Hij voert aan dat uit de contractuele relatie die hij met de huurder heeft, blijkt dat hij niet het oogmerk heeft om kamerverhuurder te zijn. De rechtbank heeft ten onrechte niet onderkend dat de huurder in zijn plaats had moeten worden aangemerkt als overtreder, aldus [appellant]. Voorts betoogt [appellant] dat is gehandeld in strijd met de artikelen 7, 8 en 14 van het EVRM en artikel 1 van het Protocol bij het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1124e0719a5fdf9707485b0b684b1a864aaabc08c71f79123bd08d8e4b5be0cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1124e0719a5fdf9707485b0b684b1a864aaabc08c71f79123bd08d8e4b5be0cd, en de alinea staat in dat document op bytes 19545 tot 20308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1124e0719a5fdf9707485b0b684b1a864aaabc08c71f79123bd08d8e4b5be0cd | shasum -a 256