Citaat | Raad van State 14 juli 2011
Alinea 32 Raad van State 14 juli 2011
Een alinea uit Raad van State 14 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR3771.
Volgens paragraaf C3/2.3.6.2, voor zover thans van belang, wordt ten principale op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uitgegaan dat de lidstaten van de Europese Unie de verplichtingen uit hoofde van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het EVRM naleven, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat het land waaraan de betrokkene wordt overgedragen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Indien er concrete aanwijzingen bestaan dat de verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt, bestaat de mogelijkheid voor Nederland om het asielverzoek aan zich te trekken op basis van artikel 3, tweede lid, van de Verordening. Het ligt op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat zich in zijn zaak feiten en omstandigheden voordoen op basis waarvan de presumptie van eerbiediging door verdragspartijen van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het EVRM wordt weerlegd. Hiervan is sprake als de vreemdeling aannemelijk maakt dat in de asielprocedure van de verantwoordelijke lidstaat ten aanzien van de vreemdeling niet zal worden onderzocht en vastgesteld of er sprake is van een schending van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ef477a23a9fcf3a63eba2c8b28efd6b525b143b762a2f95433cfb00ab97378b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ef477a23a9fcf3a63eba2c8b28efd6b525b143b762a2f95433cfb00ab97378b, en de alinea staat in dat document op bytes 15499 tot 16724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ef477a23a9fcf3a63eba2c8b28efd6b525b143b762a2f95433cfb00ab97378b | shasum -a 256