Citaat | Raad van State 5 oktober 2011
Alinea 32 Raad van State 5 oktober 2011
Een alinea uit Raad van State 5 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT6673.
2.2.3. [appellant] kan niet worden gevolgd in zijn standpunt dat de minister ten onrechte aan zijn identiteit twijfelt, omdat hieraan nooit eerder door de minister of andere overheidsinstanties is getwijfeld. Juist in het kader van de procedure over verlening van het Nederlanderschap dient de identiteit van de verzoeker het voorwerp van onderzoek te zijn, daar het verlenen van het Nederlanderschap, vanwege de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht is. De minister is dan ook bevoegd op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit te verlangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e84aa775c81dbd72dcf9db7e43bd1bd46baadc7d93ab6baef8367ea21ef95aed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e84aa775c81dbd72dcf9db7e43bd1bd46baadc7d93ab6baef8367ea21ef95aed, en de alinea staat in dat document op bytes 12234 tot 12828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e84aa775c81dbd72dcf9db7e43bd1bd46baadc7d93ab6baef8367ea21ef95aed | shasum -a 256