Citaat | Raad van State 12 oktober 2011
Alinea 31 Raad van State 12 oktober 2011
Een alinea uit Raad van State 12 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT7381.
Anders dan [appellant] betoogt, hoeft de Belastingdienst gezien artikel 16, eerste lid, van de Awir alvorens een voorschot kinderopvang toe te kennen niet over alle definitieve gegevens te beschikken. Daarnaast vindt controle van gegevens veelal achteraf plaats. Voor zover [appellant] in dit verband een beroep doet op het vertrouwensbeginsel, heeft de rechtbank terecht overwogen dat dit beroep faalt. Een voorschot wordt slechts verleend tot het vermoedelijke bedrag van de tegemoetkoming. Zoals de Afdeling meermalen heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 19 augustus 2009, in zaak nr. 200808702/1/H2; www.raadvanstate.nl), vloeit uit artikel 16, eerste lid, gelezen in samenhang met het vierde lid, van de Awir voort dat aan de verlening van een voorschot geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op toeslag bestaat. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van voormelde bepaling (Kamerstukken II, vergaderjaar 2004/05, 29 764, nr. 3, blz. 48 en 49) kan worden afgeleid dat bedoeld is dat een verleend voorschot kan worden herzien, indien na de verlening blijkt dat dit tot een hoger of lager bedrag is toegekend, dan dat waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. Dat bij besluit van 14 november 2008 de Belastingdienst het voorschot kinderopvangtoeslag over het jaar 2008, naar aanleiding van een wijzigingsformulier van [appellant], al heeft herzien, brengt niet met zich dat de Belastingdienst nadien niet wederom tot herziening kan overgaan. De Belastingdienst heeft bij besluit van 30 september 2009 tot herziening besloten, omdat is gebleken dat ook het eerder herziene voorschot op een hoger bedrag is vastgesteld dan waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 16, vierde lid, van de Awir staat hieraan niet in de weg. Dat [appellant], naar hij stelt, de aan hem gevraagde informatie aan de Belastingdienst heeft verschaft, betekent evenmin dat hij er op mocht vertrouwen dat de Belastingdienst de voorschotten niet zou herzien. Daargelaten dat [appellant] de gevraagde overeenkomst met het gastouderbureau niet heeft overgelegd, heeft de Belastingdienst nadere gegevens opgevraagd teneinde te controleren of [appellant] aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een kinderopvangtoeslag voldoet. Met betrekking tot het betoog van [appellant] dat de Belastingdienst nadat hij bij brieven van 10 december 2008 en 6 april 2009 gegevens had overgelegd, niet meteen tot herziening is overgegaan, maar eerst bij de besluiten van 30 september 2009 en dat de uitbetaling van de voorschotten in verband met controle bij het gastouderbureau tussentijds is stopgezet en later is hervat, deelt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat deze gang van zaken ongelukkig kan worden genoemd maar dat dit gezien genoemde jurisprudentie niet met zich brengt dat [appellant] er op mocht vertrouwen dat de Belastingdienst niet tot herziening zou overgaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf45ce16cbebe0879e9dacba1726fb8cfb48349ea9d79e9968e5d116a66195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaf45ce16cbebe0879e9dacba1726fb8cfb48349ea9d79e9968e5d116a66195, en de alinea staat in dat document op bytes 10637 tot 13624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf45ce16cbebe0879e9dacba1726fb8cfb48349ea9d79e9968e5d116a66195 | shasum -a 256