Citaat | Raad van State 24 oktober 2011

Alinea 21 Raad van State 24 oktober 2011

Een alinea uit Raad van State 24 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU2861.

Daartoe betoogt de minister, mede onder verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling, dat er geen reden bestaat om te twijfelen aan het door ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal. Nu de vreemdeling geen tegenbewijs heeft geleverd, had de rechtbank niet aan de juistheid van het proces-verbaal behoren te twijfelen. Voor zover er toch reden is voor twijfel aan het proces-verbaal, had de rechtbank het onderzoek ter zitting behoren te schorsen, teneinde de minister in de gelegenheid te stellen om aan te tonen dat de controle is uitgevoerd binnen de door artikel 4.17a van het Vb 2000 gestelde grenzen. De rechtbank mocht in elk geval niet op voorhand aannemen dat het proces-verbaal is te kwalificeren als 'onvolledig/onduidelijk', aldus de minister. Daar komt bij dat de vreemdeling eerst ter zitting te kennen heeft gegeven dat de feiten en omstandigheden rondom de staandehouding onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt. Onder die omstandigheden valt niet in te zien dat de goede procesorde zich tegen het overleggen van een aanvullend proces-verbaal zou verzetten, terwijl dit binnen een termijn van circa 24 uur had kunnen plaatsvinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c4cd96ed82653d8675b85ad341f2e8baa043668454956d7462c2c2225c496fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c4cd96ed82653d8675b85ad341f2e8baa043668454956d7462c2c2225c496fe, en de alinea staat in dat document op bytes 8424 tot 9639.