Citaat | Raad van State 2 november 2011
Alinea 40 Raad van State 2 november 2011
Een alinea uit Raad van State 2 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3123.
Tevens is niet gebleken dat de begrenzing van het OostvaardersWold op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat het perceel van [appellant] daarvan had moeten worden uitgesloten. Bij de vaststelling van het OostvaardersWold is gekozen voor een rechte begrenzing, onder meer langs het perceel van [appellant] waardoor het binnen dat gebied valt. Het college van gedeputeerde staten wenst een rechte begrenzing, omdat deze past binnen het landschap van Flevoland. Voorts past dit in het streven om de omliggende agrarische bedrijven zo min mogelijk overlast te laten ondervinden van het OostvaardersWold en wilde dieren in dat gebied tegen dierenziektes die bij de omliggende agrarische bedrijven voorkomen te beschermen. De rechte begrenzing is voorts van belang in verband met het waterpeil. In het OostvaardersWold wordt een regengestuurd watersysteem gerealiseerd. Dit houdt in dat het waterpeil meer fluctueert dan in de daarbuiten gelegen agrarische gebieden. De gebieden zullen om die reden worden gescheiden door tochten, die ervoor zorgen dat het peil in de agrarische gronden niet wordt beïnvloed door het regengestuurd systeem binnen het OostvaardersWold. De ligging van het agrarische bedrijf van [appellant] en de gewenste uitbreiding ervan maken het gebied van de OostvaardersWold minder geschikt voor de realisatie van de groenblauwe zone. Derhalve is het volgens het college van gedeputeerde staten ongewenst de grens van het vastgestelde OostvaardersWold aan die zijde zodanig te verleggen dat het bedrijf van [appellant] daar niet langer binnen valt. Dat aan de andere zijde van het OostvaardersWold wel van de rechte begrenzing is afgeweken, maakt niet dat dit ook ten behoeve van het perceel van [appellant] had moeten gebeuren. Het college van gedeputeerde staten heeft ter zitting toegelicht dat de afwijkingen van de rechte begrenzing aan de overzijde ontstaan zijn doordat vrijwillig gronden zijn afgestaan ter vergroting van het OostvaardersWold ten behoeve van de compensatie van de kiekendief. Het kan niet als onredelijk worden beschouwd dat het provinciebestuur wel wenst af te wijken van de rechte begrenzing ten voordele van de omvang van het OostvaardersWold, maar niet ten nadele daarvan. Voorts is voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanwezigheid van het bedrijf van [appellant] en een uitbreiding ervan ongewenst zijn in verband met de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling van het OostvaardersWold, ook al is het aan de rand van het gebied gelegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f5a2ecb542f0a0e49cb3748e1f17e97e1791aca98e6b579870ee1b5748887bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f5a2ecb542f0a0e49cb3748e1f17e97e1791aca98e6b579870ee1b5748887bd, en de alinea staat in dat document op bytes 14671 tot 17175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f5a2ecb542f0a0e49cb3748e1f17e97e1791aca98e6b579870ee1b5748887bd | shasum -a 256