Citaat | Raad van State 2 november 2011
Alinea 71 Raad van State 2 november 2011
Een alinea uit Raad van State 2 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3143.
2.2.2. Bij Wet van 2 december 1999 tot wijziging van de Woningwet (verbetering van het toezicht op woningcorporaties en aanpassing van de bepalingen over het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting aan de Aanwijzingen voor de regelgeving die betrekking hebben op zelfstandige bestuursorganen) (Stb. 1999, 553) zijn onder meer de bepalingen in de Woningwet over het Fonds geheel herzien. Daarvoor bestonden blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 1998/99, 26 326, nr. 3, blz. 1 en 16) twee redenen. In de eerste plaats dienden de taken van het Fonds te worden uitgebreid met taken in het kader van het toezicht op toegelaten instellingen. Daarnaast dienden de bepalingen in de Woningwet over het Fonds in overeenstemming te worden gebracht met de aanwijzingen voor de regelgeving die betrekking hebben op zelfstandige bestuursorganen. Blijkens de Memorie van Toelichting (blz. 16) is, om te voorzien in de wettelijke taakomschrijving, bedoeld in aanwijzing 124g, in artikel 71a van de Woningwet de omschrijving van de taak van het Fonds neergelegd. In onderdeel a van het eerste lid van dat artikel is in de eerste plaats de klassieke kerntaak van het fonds neergelegd: het financieel saneren van toegelaten instellingen die niet beschikken over de voor hun werkzaamheden noodzakelijke financiële middelen. Daarnaast is in dat onderdeel de taak opgenomen om subsidie te verstrekken voor specifieke projecten van toegelaten instellingen. Aan deze taak mag echter slechts gestalte worden gegeven overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur daarover gestelde voorschriften. Deze algemene maatregel van bestuur zou er pas komen, indien investeringen door de sector achterwege blijven, of wanneer gebleken is dat sommige toegelaten instellingen noodzakelijke investeringen niet kunnen doen en de sector als geheel niet binnen een redelijke termijn zelf in een oplossing daarvoor voorziet. Het vereiste in artikel 71b, eerste lid, van de Woningwet, dat in de beleidsregels wordt bepaald op welke manier het Fonds uitvoering geeft aan artikel 71a, impliceert dat die regels alle in dat artikel genoemde taken tot onderwerp moeten hebben, dus zowel de subsidieverstrekking als het toezicht, aldus de Memorie van Toelichting (blz. 17). Blijkens de Memorie van Toelichting (blz. 19) wordt met de eerste zin van het tweede lid van artikel 71e (toen nog 71f) uitvoering gegeven aan aanwijzing 124n, eerste lid, ertoe strekkende dat de wijze van bekostiging van het Fonds in de instellingswet wordt geregeld. De wijze van bekostiging van het Fonds is ongewijzigd gelaten. De bijdragen van de toegelaten instellingen zijn en blijven verreweg de belangrijkste inkomstenbron van het Fonds.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/930b8312aba19ec85ca1b73029decb99a34624cf725cceb5118ded1f371556c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 930b8312aba19ec85ca1b73029decb99a34624cf725cceb5118ded1f371556c7, en de alinea staat in dat document op bytes 21886 tot 24591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/930b8312aba19ec85ca1b73029decb99a34624cf725cceb5118ded1f371556c7 | shasum -a 256