Citaat | Raad van State 9 november 2011

Alinea 35 Raad van State 9 november 2011

Een alinea uit Raad van State 9 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3744.

2.3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat de subjectieve criteria geen aanleiding geven om tot afgifte van de vog over te gaan. Volgens [appellante] heeft de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom de minister doorslaggevend gewicht heeft mogen toekennen aan het feit dat aan haar een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. Hiertoe voert [appellante] aan dat de aan haar opgelegde gevangenisstraf van acht jaren relatief laag is, aangezien het uitgangspunt bij een enkelvoudige moord een gevangenisstraf tussen de twaalf en achttien jaren is. Verder bedraagt het tijdsverloop tussen de veroordeling in eerste aanleg en de datum van beoordeling van de aanvraag ruim zeventien jaren, zodat deze niet relatief kort is. Voorts zijn geen andere relevante antecedenten aangetroffen en heeft de minister geen inlichtingen bij het openbaar ministerie en de reclassering ingewonnen. Tevens is zij zowel tijdens als na haar detentie werkzaam geweest in het onderwijs en heeft zij zonder problemen gefunctioneerd, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea6bdc2772353104363d2de2537364509dcbdbd11a79619b9118a4ffb3095602. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea6bdc2772353104363d2de2537364509dcbdbd11a79619b9118a4ffb3095602, en de alinea staat in dat document op bytes 14032 tot 15170.