Citaat | Raad van State 9 november 2011

Alinea 27 Raad van State 9 november 2011

Een alinea uit Raad van State 9 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3765.

2.3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het niet beschikken over zelfstandige woonruimte op zichzelf niet kan leiden tot urgentie. Zij stelt dat zij haar woning dreigde kwijt te raken. Zij verblijft nu tijdelijk bij familie, maar kan hier niet blijven. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat is komen vast te staan dat geen levensgevaar ontstaat voor een of meer leden van het huishouden, dan wel dat geen volledige ontwrichting dreigt. Zij stelt zich op het standpunt dat volledige ontwrichting dreigt als zij en haar kind de woning moeten verlaten. Een dergelijke situatie zal ertoe leiden dat [appellante] en haar kind door instanties als de Raad voor de Kinderbescherming uit elkaar zullen worden gehaald, waarmee volledige ontwrichting een feit is. Ten slotte betoogt [appellante] dat haar belang en de gevaren die het niet beschikken over woonruimte mogelijk tot gevolg zal hebben voor de verhouding met haar kind, dienen te prevaleren boven het feit dat de woningmarkt in Amsterdam te maken heeft met hoge woningnood.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf1cb043aa03c6b1d5bf6dc8b040f29075f31abc6919da7af83724dd86150976. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf1cb043aa03c6b1d5bf6dc8b040f29075f31abc6919da7af83724dd86150976, en de alinea staat in dat document op bytes 9604 tot 10699.