Citaat | Raad van State 16 november 2011

Alinea 28 Raad van State 16 november 2011

Een alinea uit Raad van State 16 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5035.

2.3.1. Zoals volgt uit overweging 2.2.1. heeft de staatssecretaris aan de afwijzing van het verzoek de ongewenstverklaring met terugwerkende kracht op te heffen, slechts ten grondslag gelegd dat de datum van opheffing niet kan liggen voor die waarop het verzoek om opheffing is ontvangen. Niet in geschil is dat de vreemdeling ook op 30 april 2006 geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde, als hiervoor bedoeld. Uit een oogpunt van finale geschillenbeslechting ziet de Afdeling derhalve aanleiding om, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien door de ingangsdatum van de opheffing van de ongewenstverklaring vast te stellen op 30 april 2006 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van dat besluit, voor zover het is vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3859bb8925dc4e9b091215de3465a2bdeeffc25076da4caad01e3eb90d9b1271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3859bb8925dc4e9b091215de3465a2bdeeffc25076da4caad01e3eb90d9b1271, en de alinea staat in dat document op bytes 11342 tot 12212.