Citaat | Raad van State 23 november 2011
Alinea 51 Raad van State 23 november 2011
Een alinea uit Raad van State 23 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5437.
2.3.4. Zoals de Afdeling in de uitspraken van 9 december 2009 in zaak nr. 200801932/1 en 29 september 2010 in zaak nr. 200809200/1/R1 heeft overwogen, rust op het gemeentebestuur de plicht zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwvoorschriften voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. Het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden kan blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet 1988 (Kamerstukken II 2003/04, 29259, nr. 3, blz. 46) bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, zal plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zijn. Het voldoen aan deze verplichting klemt te meer nu de Monumentenwet 1988 de mogelijkheid biedt - waarvan in dit plan gebruik is gemaakt - om de kosten voor het archeologische (voor)onderzoek voor rekening te laten komen van de grondeigenaren of gebruikers. De wetgever is er immers vanuit gegaan dat die financiële lasten zo veel mogelijk voorzienbaar en vermijdbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a97c0d26ee7b2f8bb930b7529f1a524e0a9f67839f703830976c5282bd918517. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a97c0d26ee7b2f8bb930b7529f1a524e0a9f67839f703830976c5282bd918517, en de alinea staat in dat document op bytes 13979 tot 15579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a97c0d26ee7b2f8bb930b7529f1a524e0a9f67839f703830976c5282bd918517 | shasum -a 256