Citaat | Raad van State 7 december 2011

Alinea 339 Raad van State 7 december 2011

Een alinea uit Raad van State 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7098.

2.35.4. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is het perceel Buspad 1 een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De voormalige bedrijfsgebouwen hebben een oppervlakte die groter is dan hetgeen ingevolge artikel 29, lid 29.2.3, onder c, is toegestaan en zijn derhalve niet geheel als zodanig bestemd, maar gedeeltelijk onder het overgangsrecht gebracht. Indien een bouwwerk onder het overgangsrecht wordt gebracht dient in beginsel aannemelijk te zijn dat dit binnen de planperiode zal worden verwijderd. Indien dit niet mogelijk is, dient het betreffende bouwwerk als zodanig bestemd te worden. In dit geval is niet aannemelijk dat de gebouwen binnen de planperiode zullen worden verwijderd, nu [appellant sub 10] niet de intentie heeft om deze te slopen en de planregels niet verplichten tot het slopen van de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing. De Afdeling ziet echter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad desondanks niet in redelijkheid de bedrijfsgebouwen onder het overgangsrecht mocht brengen noch kon afzien van het opnemen van de verplichting om (een deel van) de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel te slopen voordat nieuwe woonbebouwing kan worden opgericht. Hiertoe overweegt zij als volgt. Volgens de provinciale "Beleidsnota buitengebied in ontwikkeling" (hierna: de Beleidsnota) en de gemeentelijke "Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties" bestaat de mogelijkheid om een voormalige agrarische bedrijfslocatie, na beëindiging van het agrarisch bedrijf ter plaatse, te benutten voor woningbouw. [appellant sub 10] heeft ter zitting verklaard dat in de huidige situatie geen agrarische bedrijfsactiviteiten worden verricht op het perceel. Een groot volume van bijgebouwen is niet functioneel voor de nieuwe woonbestemming en kan uitnodigen tot vormen van gebruik die niet passen bij de woonbestemming en in het buitengebied ongewenst zijn. Het beleid is erop gericht om bij een overgang naar een woonfunctie de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te laten verdwijnen of in ieder geval sterk in omvang te laten afnemen. Om sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te stimuleren is in lid 29.2.3 van de planregels een zogenoemde sloop-bonusregeling opgenomen. Na de sloop van deze gebouwen zijn de gevolgen van het beleid merkbaar, dan zijn nieuwe bijgebouwen alleen toegestaan in een beperkte omvang passend bij de nieuwe woonfunctie. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad in redelijkheid af heeft kunnen zien van het geheel als zodanig bestemmen van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en van het opnemen van een verplichting om de bedrijfsgebouwen op het perceel te slopen, voordat wordt overgegaan tot het realiseren van de woonbestemming. Verder heeft de raad, gelet op deze regeling, in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om bij recht een tweede woning toe te staan. Een tweede woning is mogelijk met een ontheffing, waarbij voorwaarden kunnen worden gesteld over de sloop van een deel van de bedrijfsbebouwing. Bij de afweging die dan wordt gemaakt, kan worden bezien of de door [appellant sub 10] aangeduide loods kan blijven staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ececd13a47c81abe2b8a73ced42d85a9ae4714f7bc64fbacbf42161595e6de20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ececd13a47c81abe2b8a73ced42d85a9ae4714f7bc64fbacbf42161595e6de20, en de alinea staat in dat document op bytes 131256 tot 134408.