Citaat | Raad van State 28 december 2011

Alinea 39 Raad van State 28 december 2011

Een alinea uit Raad van State 28 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU9436.

2.4.3. Het bezwaarschrift tegen het besluit van 7 juni 2007, gedateerd 19 juni 2007, is volgens opschrift op de laatstgenoemde dag per fax verzonden en de Afdeling gaat ervan uit dat het op dezelfde dag door het college is ontvangen. Nu de uitspraak van de rechtbank dateert van 12 januari 2011, heeft de totale procedure in bezwaar en in eerste aanleg langer dan drie jaar geduurd. De behandelingsduur in beroep is niet te lang, nu deze minder dan een jaar bedraagt. Wel is de behandelingsduur in bezwaar te lang. Deze lange duur wordt naar het oordeel van de Afdeling niet gerechtvaardigd door de ingewikkeldheid van de zaak of het processuele gedrag van [appellant]. Aan [appellant] kan in dit verband niet worden tegengeworpen dat hij tussentijds niet op een voortvarende behandeling heeft aangedrongen. Vergelijk het arrest van het EHRM van 15 juli 1982, Eckle tegen Duitsland, nr. 8130/78 (www.echr.coe.int). De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM niet is geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaf8fced70ca827bdc96613884491ea1afe54c95458e9a6cabdc5a969472578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaf8fced70ca827bdc96613884491ea1afe54c95458e9a6cabdc5a969472578, en de alinea staat in dat document op bytes 18817 tot 19883.