Citaat | Raad van State 1 februari 2012

Alinea 31 Raad van State 1 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2400.

De twee verklaringen die zijn opgenomen in de processen-verbaal van verhoor van 14 augustus 2009 van [persoon A] en [persoon B] komen inhoudelijk met elkaar overeen. Uit die verklaringen volgt dat [persoon A] en [persoon B] in de woning middelen hebben gekocht die zij voor heroïne hielden. Uit het rapport van het onderzoek van het NFI volgt verder dat een van de monsters die is genomen van die materialen, heroïne bevatte. Niet van belang is dat [persoon A] heeft verklaard nog heroïne over te hebben gehad van de dag ervoor. Gelet op haar verklaring en die van [persoon B] is het aannemelijk dat zij de heroïne die bij haar is aangetroffen in de woning heeft gekocht en dat zij met haar verklaring kenbaar heeft willen maken, dat zij laat in de middag naar de woning is gegaan omdat zij voor de ochtend en de middag nog heroïne had van de dag ervoor die zij nog kon gebruiken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6daaca2880af5d9666e74ee845017f99e57d79d3bdda59a6e44d0ab5478cf1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6daaca2880af5d9666e74ee845017f99e57d79d3bdda59a6e44d0ab5478cf1a, en de alinea staat in dat document op bytes 13017 tot 13915.