Citaat | Raad van State 1 februari 2012

Alinea 34 Raad van State 1 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2400.

2.5. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat door het sepot van de strafzaak tegen hem zijn schuld niet in rechte is komen vast te staan. Evenmin heeft de officier van justitie betrokkenheid van hem bij drugshandel kunnen afleiden uit de verklaringen die [persoon A] en [persoon B] hebben afgelegd, zo volgt volgens hem uit de sepotverklaring van 21 augustus 2009. Hij had er verder geen weet van dat zijn woning door onbevoegden tijdens zijn afwezigheid voor drugshandel zou worden gebruikt toen hij de sleutel aan zijn zoon gaf. Voorts is door het sepot van de strafzaak tegen hem het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat tegen hem niet meer zou worden opgetreden vanwege de vermeende drugshandel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6daaca2880af5d9666e74ee845017f99e57d79d3bdda59a6e44d0ab5478cf1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6daaca2880af5d9666e74ee845017f99e57d79d3bdda59a6e44d0ab5478cf1a, en de alinea staat in dat document op bytes 14899 tot 15635.