Citaat | Raad van State 1 februari 2012

Alinea 48 Raad van State 1 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2452.

2.4. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij in relatie staat tot de strafbare feiten, gepleegd door [persoon A]. De rechtbank heeft volgens [appellante] ten onrechte overwogen dat de burgemeester op grond van onduidelijke geldstromen tussen [appellante], [bedrijf A] en [bedrijf B] heeft mogen concluderen dat het vermoeden bestaat dat [persoon A] via [bedrijf A] een groot deel van de winst van [appellante] ontvangt. Daarbij geldt dat de maandelijkse vergoeding aan [bedrijf A] van € 13.155,00, gelet op de bruto jaaromzet van de horecabedrijven, een passende vergoeding betreft voor het gebruik van een vergunning en een gedoogverklaring en huur van bedrijfsruimte, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2cc7c1564904dc863485acea313f8017bf1954eef851b9bfe464f0028dbf90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2cc7c1564904dc863485acea313f8017bf1954eef851b9bfe464f0028dbf90b, en de alinea staat in dat document op bytes 13673 tot 14413.