Citaat | Raad van State 1 februari 2012
Alinea 52 Raad van State 1 februari 2012
Een alinea uit Raad van State 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2452.
De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de burgemeester op grond van onduidelijke geldstromen tussen [appellante], [bedrijf A] en [bedrijf B] heeft mogen concluderen dat het vermoeden bestaat dat [persoon A] via [bedrijf A] een groot deel van de winst van [appellante] ontvangt. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat de maandelijkse vergoeding aan [bedrijf A] van € 13.155,00 niet kan worden aangemerkt als een passende vergoeding voor het economisch gebruik van de horecabedrijven. De rechtbank heeft ten aanzien van deze vergoeding terecht overwogen, dat dit bedrag relatief hoog is en een onzakelijk karakter heeft. Daarbij heeft de rechtbank terecht van belang geacht dat deze vergoeding, anders dan [appellante] stelt, niet ziet op het gebruik van een vergunning en een gedoogverklaring en op huur van bedrijfsruimte. Het huurrecht, de vergunning en de gedoogverklaring zijn immers door [persoon B] in persoon ingebracht in [appellante].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2cc7c1564904dc863485acea313f8017bf1954eef851b9bfe464f0028dbf90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2cc7c1564904dc863485acea313f8017bf1954eef851b9bfe464f0028dbf90b, en de alinea staat in dat document op bytes 17534 tot 18552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2cc7c1564904dc863485acea313f8017bf1954eef851b9bfe464f0028dbf90b | shasum -a 256