Citaat | Raad van State 8 februari 2012

Alinea 38 Raad van State 8 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3255.

2.4.1. Het betoog slaagt. De Afdeling merkt geen van de in beroep nader ingezonden stukken van [bedrijf] aan als stukken als bedoeld in artikel 8:43, eerste lid, van de Awb, nu [bedrijf] niet expliciet en onder vaststelling van een termijn in de gelegenheid is gesteld tot het indienen van een reactie. Het staat een partij in elk stadium van de procedure vrij om uit eigen beweging schriftelijk te reageren op een gedingstuk of andere stukken in te dienen, mits dit, zoals uit artikel 8:58 van de Awb volgt, uiterlijk op de elfde dag voor de zitting gebeurt. Evenmin heeft [bedrijf] in beroep een schriftelijke uiteenzetting als bedoeld in artikel 8:43, tweede lid, van de Awb gegeven. De rechtbank heeft ten onrechte een proceskostenvergoeding in verband met repliek, dupliek of een schriftelijke uiteenzetting aan [bedrijf] toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5fdc27d75af73378b4cb73cfa9148db8edf4413be8d9f5df185223759e40af3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5fdc27d75af73378b4cb73cfa9148db8edf4413be8d9f5df185223759e40af3, en de alinea staat in dat document op bytes 12024 tot 12874.