Citaat | Raad van State 27 februari 2012

Alinea 21 Raad van State 27 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 27 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7795.

2.1. De minister klaagt in de grieven, samengevat weergegeven, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het aan hem is om gemotiveerd aan te geven op welke gronden wordt aangenomen dat in Noord-Irak bescherming van de autoriteiten kan worden verkregen, alvorens kan worden toegekomen aan de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zij die bescherming niet kan krijgen, en dat, gezien hetgeen in het algemeen ambtsbericht inzake Irak van de minister van Buitenlandse Zaken van oktober 2010 (hierna: het ambtsbericht) is vermeld inzake de bescherming tegen eergerelateerd geweld in Noord-Irak, hij zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat in Noord-Irak in het algemeen voldoende bescherming wordt geboden. Daartoe voert de minister primair aan dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het te hanteren toetsingkader. Uit paragraaf C4/2.2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt volgens hem dat het in eerste instantie aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat effectieve bescherming niet kan worden geboden. De vreemdeling heeft geen enkele poging ondernomen om bescherming van de autoriteiten te verkrijgen. Dat zij die bescherming om haar moverende redenen niet heeft ingeroepen, dient voor haar eigen rekening en risico te komen, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1bd021cdc76ee9a163629d788d21805dd8194ee159b20d3417c59ce2f75e273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1bd021cdc76ee9a163629d788d21805dd8194ee159b20d3417c59ce2f75e273, en de alinea staat in dat document op bytes 6863 tot 8210.