Citaat | Raad van State 27 februari 2012

Alinea 23 Raad van State 27 februari 2012

Een alinea uit Raad van State 27 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7795.

2.1.1. Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie de uitspraak van 5 augustus 2008 in zaak nr. 200708107/1, www.raadvanstate.nl) volgt dat ter beantwoording van de vraag of een vreemdeling in het land van herkomst bescherming kan krijgen eerst wordt onderzocht of in het desbetreffende land in het algemeen bescherming wordt geboden. Daarbij wordt informatie over de algemene situatie in een land van herkomst, in het bijzonder uit ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en rapporten van internationale organisaties, betrokken. Eerst nadat die vraag bevestigend is beantwoord kan aan de orde komen de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming voor hem gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos moet worden geacht. Indien dat laatste niet aannemelijk is gemaakt, kan slechts het tevergeefs inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1bd021cdc76ee9a163629d788d21805dd8194ee159b20d3417c59ce2f75e273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1bd021cdc76ee9a163629d788d21805dd8194ee159b20d3417c59ce2f75e273, en de alinea staat in dat document op bytes 8937 tot 9942.