Citaat | Raad van State 27 februari 2012
Alinea 49 Raad van State 27 februari 2012
Een alinea uit Raad van State 27 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7823.
2.11. De vreemdeling heeft in zijn brieven van 24 november en 6 december 2011 aangevoerd - samengevat weergegeven - dat Nederland op grond van artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst gezien het tijdsverloop als genoemd in dat artikel verantwoordelijk voor hem is geworden. Dit betoog faalt, aangezien in het tweede lid, aanhef onder c, van voormeld artikel is bepaald dat de periode gedurende welke de vluchteling toestemming heeft te verblijven op het grondgebied van de tweede Staat alleen meegerekend wordt indien de beslissing op het beroep gunstig is voor de vreemdeling. Daarvan is echter geen sprake, aangezien de vreemdeling met onderhavige uitspraak geacht wordt na afwijzing van zijn aanvraag nimmer rechtmatig verblijf hier te lande te hebben genoten en dit mitsdien voor hem niet als gunstig kan worden gekwalificeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4824cfe1ebb262d83ce3dd5c04644a79fd93174551d8e6aca600e8d853a4169. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4824cfe1ebb262d83ce3dd5c04644a79fd93174551d8e6aca600e8d853a4169, en de alinea staat in dat document op bytes 17154 tot 18001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4824cfe1ebb262d83ce3dd5c04644a79fd93174551d8e6aca600e8d853a4169 | shasum -a 256