Citaat | Raad van State 7 maart 2012

Alinea 32 Raad van State 7 maart 2012

Een alinea uit Raad van State 7 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8078.

Uit het voorgaande blijkt dat met het plaatsen van het verzendstempel slechts aannemelijk is dat de brief de behandelende afdeling Bestuurlijke Boete heeft verlaten. Met het invoeren van een datum is echter niet aannemelijk gemaakt dat de brief daadwerkelijk via de postkamer het ministerie heeft verlaten en naar het postadres van de advocaat van [appellante] is verzonden. Omdat op de plek waar de daadwerkelijke verzending naar buiten plaatsvindt, in dit geval de postkamer, geen registratie heeft plaatsgevonden van de verzending naar het postadres van de advocaat, heeft de minister niet aannemelijk gemaakt dat de brief is verzonden naar dit postadres. De minister heeft het bezwaar van [appellante] daarom ten onrechte wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb, niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Derhalve slaagt het betoog in zoverre en behoeft hetgeen voor het overige is aangevoerd geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccfc081cbbf5ef482dc53ba67d783b9582d73457cc46dd2a2636caf79e98df62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccfc081cbbf5ef482dc53ba67d783b9582d73457cc46dd2a2636caf79e98df62, en de alinea staat in dat document op bytes 12902 tot 13930.