Citaat | Raad van State 14 maart 2012

Alinea 114 Raad van State 14 maart 2012

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8820.

2.13.4. Om de rechtmatigheid van de keuze van de minister voor de aanleg van het tracé overeenkomstig de westelijke variant te kunnen aantasten moet aannemelijk worden gemaakt dat de keuze van de minister redelijke gronden ontbeert. Het door de minister erkende gegeven dat de verschillen tussen beide alternatieven niet groot zijn en de totale kosten van de westelijke variant hoger zijn dan die van de oostelijke variant, is op zich beschouwd niet toereikend voor het oordeel dat de minister in redelijkheid geen doorslaggevende betekenis heeft mogen toekennen aan de voordelen die het gekozen alternatief biedt op het gebied van natuur, archeologische en sociale aspecten teminder nu het aantal geluidbelaste woningen ten opzichte van de oostelijke variant lager is. De minister heeft aldus beslissend de onder rechtsoverweging 2.12 vermelde beleidsvrijheid niet overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad0df2db6cc25979ff0fda5cd5ed4c09040c50c217ec208c1f5ed96b37e60a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad0df2db6cc25979ff0fda5cd5ed4c09040c50c217ec208c1f5ed96b37e60a2, en de alinea staat in dat document op bytes 33082 tot 33975.