Citaat | Raad van State 21 maart 2012

Alinea 27 Raad van State 21 maart 2012

Een alinea uit Raad van State 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9511.

2.3. Het betoog van [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat zijn bezwaar ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard en derhalve niet van een hoorzitting kon worden afgezien, faalt. In de door [appellant] in zijn hoger beroepschrift naar voren gebrachte, niet toegelichte omstandigheden, zijn, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2.1 is overwogen, geen redenen gelegen voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college, zij het op andere gronden, ten onrechte heeft afgezien van het horen als bedoeld in artikel 7:2 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 7:3 van die wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20ce67f264284ed8bbbd72d741f69ef6ae577aec6a236275f76b6820d431c9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20ce67f264284ed8bbbd72d741f69ef6ae577aec6a236275f76b6820d431c9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 9522 tot 10162.