Citaat | Raad van State 11 april 2012

Alinea 166 Raad van State 11 april 2012

Een alinea uit Raad van State 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1593.

2.13.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraken van 9 december 2009 in zaak nr. 200801932/1 en 29 september 2010 in zaak nr. 200809200/1/R1 ) rust op het gemeentebestuur de plicht zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwvoorschriften voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. Het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden kan blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet (Kamerstukken II 2003/04, 29 259, nr. 3, blz. 46) bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, zal plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315, en de alinea staat in dat document op bytes 58186 tot 59411.