Citaat | Raad van State 11 april 2012

Alinea 296 Raad van State 11 april 2012

Een alinea uit Raad van State 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1593.

2.24.2. Voor de aanwijzing van een gebied als struweelvogelgebied in het voorliggende plan is de raad niet uitsluitend uitgegaan van de zonering van deze gebieden in het provinciale beleid. De raad heeft als uitgangspunt gehanteerd dat moet worden voldaan aan een minimale dichtheid van struweelvogelsoorten die indicatief zijn voor kleinschalige landschappen, uitgedrukt in het aantal broedparen per ha. De raad heeft daarbij gebruik gemaakt van de resultaten van het bovenvoormelde onderzoek en van de "Handreiking Ecologische Bouwstenen voor de GHS en AHS in het Streekplan 2002" van 30 augustus 2006 om te beoordelen of een gebied zich kwalificeert als struweelvogelgebied gezien het daarin aanwezige aantal broedterritoria. De raad acht het aantal broedterritoria in de gebieden Gilzesche Heide en Koekedongen te gering om een aanwijzing van de gebieden als leefgebied voor struweelvogels te rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315, en de alinea staat in dat document op bytes 118633 tot 119558.