Citaat | Raad van State 11 april 2012

Alinea 322 Raad van State 11 april 2012

Een alinea uit Raad van State 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1593.

2.26.5. Ook in het voorheen geldende plan was het gebouw van [appellanten sub 7] bestemd als bijgebouw bij de woning [locatie 6], gelet op de bestemming en de aanduiding die in dat plan aan de percelen [locatie 5] en [locatie 6] waren toegekend en de daarbij behorende planvoorschriften. Nu in het voorheen geldende plan één vrijstaande woning was toegestaan op de percelen, kunnen [appellanten sub 7] niet worden gevolgd in hun stelling dat het gebruik van het bijgebouw als zelfstandige woning in dat plan was toegestaan. Anders dan zij stellen, bevat de door hen aangehaalde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda geen oordeel over de vraag of het gebruik van het bijgebouw in strijd is met het voorheen geldende plan. Voorts is niet de feitelijke situatie, maar de juridisch-planologische situatie bepalend voor de vraag of het aantal woningen toeneemt als het bestaande gebruik van het bijgebouw als zodanig wordt bestemd. Aangezien in het voorheen geldende plan één woning was toegelaten op de percelen, de woning [locatie 6], betekent het als zodanig bestemmen van de zelfstandige bewoning van het bijgebouw in dit plan dat juridisch-planologisch een nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit niet in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid, dat zich verzet tegen een toename van het aantal burgerwoningen in het buitengebied. De omstandigheid dat niet aannemelijk is dat [appellanten sub 7] het gebruik van het bijgebouw als woning tijdens de planperiode zullen beëindigen, brengt niet met zich dat de raad dit gebruik in afwijking van het gemeentelijke beleid als zodanig had moeten bestemmen. Evenmin behoefde de raad aanleiding te zien om vanwege de eigendomsverhoudingen van de percelen twee afzonderlijke plandelen met een woonbestemming toe te kennen. Eigendomsverhoudingen zijn uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cd8bf435dbd7ce4358eb89301c8ced052391e3121dd219282a703bab38b3315, en de alinea staat in dat document op bytes 128491 tot 130534.